De route van Guadelupe naar Villa de Leyva moest in drie etappes gebeuren: eerst van Guadelupe naar Oiba, dan van Oiba naar Tunja en tot slot van Tunja naar Villa de Leyva. De laatste bus naar Villa de Leyva was al om 19u30, dus er mocht weinig mis gaan om op onze bestemming te geraken. We hadden verwacht om om 13u30 met de jeep naar Oiba te worden gebracht (uiteraard achterin en opeengepropt, want de goede plaatsen op de achterbank zijn voorbestemd voor de echte Colombianen). Tot onze verbazing stond er een comfortabel busje klaar om deze route af te leggen. Helaas ging dit busje de andere richting uit dan die waarlangs we waren aangekomen. In plaats van 40 minuten langs asfaltwegen werden het 75 minuten langs onverharde buitenbaantjes omdat er nog wat mensen moesten opgehaald worden onder de baan. Hoewel er ook een jeep klaar stond om 13u30 hadden ze er toch voor gekozen om de toeristen de lange weg te laten afleggen, waarvoor dank. Doordat we er langer over gedaan hadden dan gepland, vreesden we ervoor dezelfde dag nog op onze bestemming aan te komen. Gelukkig hadden we in Oiba vrij snel onze aansluiting en hebben we het gehaald. Al was het op het nippertje 🙂
De volgende dag stond er een wandeling gepland naar Iguaque, een nationaal park waar ook paramo voorkwam. Op internet lazen we dat deze tocht heel zwaar was en zeker 6 tot 8 uur in beslag neemt. Maar het mooie uitzicht op het meer zou al die moeite goedmaken. Om 6u ’s ochtends zaten we al op de bus, die ons zo dicht als mogelijk bij de ingang zou kunnen afzetten. We werden er als toeristen helaas weeral opgelegd, wat volgens de buschauffeur de beste plaats was om af te stappen lag helaas nog 4 km van de ingang van het park. Een lange tocht langs de baan, om ons al te vermoeien nog voor we aan de eigenlijke wandeling moesten beginnen. Met een toegangsprijs van 52.000 pesos per persoon, of ongeveer 15 euro, hadden we toch wel een betere service verwacht. Alsof de toegangsprijs nog niet hoog genoeg was (of toch voor toeristen, want Colombiaan betalen slecht een vijfde van dit bedrag) werden we op de baan naar de ingang ook aangesproken door een man om een verzekering aan te schaffen om het park te bezoeken. We probeerden de man te overtuigen dat we een reisverzekering hebben die wereldwijd geldig was en dat we dus geen extra verzekering wilden kopen. Volgens de man gold onze verzekering echter niet in dit park en gingen we niet binnen mogen zonder verzekering. Dit konden (of wilden) we niet geloven, dus besloten we zonder verzekering verder te lopen naar de ingang. Op een paar honderd meter voor de ingang kwamen we echter een medewerkster van het park tegen die bevestigde wat de man ons zei. Arnout zijn Spaanse colère heeft ons spijtig genoeg niet opgeleverd dat we zonder verzekering binnen mochten, maar wel dat de vrouw de verzekering voor ons gaan kopen is zodat we niet de hele weg terug moesten lopen.
Hoewel we redelijk misnoegd waren over de prijzen en de verzekering, was de tocht een prachtige ervaring. Je passeert langs 4 verschillende soorten vegetatie, vaak met elk hun eigen ondergrond. De tocht was best uitdagend, zeker het deel waarbij je langs de steile helling vol stenen recht omhoog moest.

Jawel, we hebben een extra verzekering! 













In vergelijking met onze trekking in de paramo del sol viel het eigenlijk best mee qua moeilijkheidsgraad, dus op het internet hadden ze volgens ons toch wat overdreven 😉 We hadden dan ook geen 6 tot 8 uur nodig, na 4,5u stonden we terug aan de ingang. Zoals ik al zei was de service om in het park te geraken ondermaats. Om terug te keren naar de stad zouden we nog 3,5u moeten wachten op de bus. Daarbij zouden we dan ook pas toekomen wanneer het alweer bijna donker werd. Een andere oplossing zoeken dan maar.
– Oplossing 1: een taxi bellen. Nadeel: veel te duur
– Oplossing 2: meerijden met de taxi die vier toeristen besteld hadden. Nadeel: ook hierop zouden we nog twee uur wachten, en we waren niet zeker of we mee zouden kunnen.
– Oplossing 3: 2km terug stappen naar de baan en hopen dat er een auto passeert die ons kan meenemen naar Villa de Leyva. Voor deze oplossing zijn we gegaan. Helaas was de baan waarop we terecht kwamen niet de drukst bezocht baan. We bleven stappen in de richting van de stad tot we een wagen zouden vinden die ons kon meenemen. In het slechtste geval zouden we toch nog de bus kunnen nemen die ons na lange tijd uiteindelijk zou inhalen. Gelukkig hebben we niet moeten wachten op de bus, maar passeerde ons, na een extra 3km wandelen, de taxi met daarin de andere toeristen. Die moeten ons zot verklaard hebben en lieten de chauffeur stoppen om ons mee te nemen in de bak van de (4×4)taxi. Wat een opluchting! Zo kwamen we na 23km gewandeld te hebben op tijd terug aan in Villa de Leyva waardoor we na de nodige opfrisbeurt toch de stad nog kunnen bezoeken hebben. Eind goed al goed 🙂 En Villa De Leyva is een mooi stadje dat een bezoekje meer dan waard was!

Achterin de bak van de jeep 




Lekker eten in Villa De Leyva
Wat we toch onthouden van deze twee laatste dagen is dat Colombianen er helemaal geen moeite mee hebben om toeristen uit te melken en erop te leggen. En er tegen ingaan heeft geen zin, want dan weigeren ze je gewoon de toegang. Of zoals T. Rex zong: It’s a rip off!
