Reizen door de Andes zonder meerdaagse trekking, dat is niet reizen. Maar het is niet evident om dit in Colombia te doen op betaalbare wijze. Enerzijds verplichten ze je om een gids te nemen, anders mag je niet binnen in het Nationaal Park. Anderzijds is de toegangsprijs tot de Nationale Parken vrij hoog. De combinatie van beiden zorgt ervoor dat je al gauw enkele honderden euro’s betaalt om twee of drie dagen te wandelen. Want ja, voor dat geld moet je wel nog altijd zelf wandelen natuurlijk, en al je bagage dragen. Je kan wel ook nog paarden huren, als je nog wat extra geld wilt weggooien.
Na enkele vergeefse pogingen tot meerdaagse trekkings, haalde Elke plots een wit konijn uit haar hoed. Ze had op een reisblog iets gelezen over een trekking naar de Paramo Del Sol. Toen we het verslag lazen waren we meteen verkocht! En bovendien was het geen Nationaal Park. Een gids werd wel aangeraden, maar hier rekenden die normale prijzen. Eén nadeel: bijna niemand doet die trekking, want ze staat niet in de reisgidsen en wordt ook nergens aangeboden door reisagentschappen. Hoe begin je er dan aan?
Na heel wat opzoekwerk op internet stootte ik op een bedrijfje op Facebook. Zij vermeldden die trekking. Ik stuurde hen een bericht en de bal ging aan het rollen. Ze brachten me in contact met een gids via Whatsapp, die me in Google Translate Engels te woord stond. Eerlijk gezegd verstond ik zijn Engels niet goed, het was heel onduidelijk wat hij bedoelde. Mijn Spaans was eigenlijk beter. Maar ik had er een goed gevoel bij, dus we besloten het erop te wagen. De moeilijkheden en misverstanden nemen we er dan wel bij.
De trekking begint in Urrao, en dat is dicht bij Medellin. Zo dicht zelfs, dat je er al bent na een slingerende en hobbelende busrit van 5,5 uur door de bergen, af en toe langs steile afgronden. Een mens zou van minder misselijk worden, en peuters zeker. De peuter net voor ons bevestigde dat gevoel, en liet ons de inhoud van zijn maag zijn. Roze Fristi, zo bleek, of toch iets dat er op trok en nu een zurige geur in de bus verspreidde. Lekker, dat kon er nog wel bij. Als bij wonder houden Elke en ik alles binnen en bereiken we heelhuids Urrao. Deel één van het avontuur zit erop. En nu de proberen die trekking in orde te krijgen.
De mensen van het reiskantoor in Urrao wachten ons op aan de busstop en brengen ons naar ons hotel, dat 50 meter verder ligt. Dat hadden we nu zelf ook nog wel gevonden. Het was ook het enige hotel in de omgeving, net zozeer als wij de enige toeristen in de omgeving waren. Wij waren de toeristische attractie voor de Colombiaanse pleinzitters. De rollen werden omgekeerd. Maar onveilig voelden we ons nooit.
Eens in het hotel, zat de rol van de dames van het reiskantoor er al op. Een glansrol, een cameo eigenlijk, want één van beide dames heeft ook geen woord gezegd. Onze gids zou ons later die dag opzoeken met meer uitleg. Hij sprak ook Engels, dus dat is handig voor de details te bespreken. Mijn Spaans heeft immers grenzen.
Toen Brayan (want zo heet onze gids) aanklopte bij onze hotelkamer, kwam hij heel zenuwachtig over. Eén mysterie werd ook meteen opgelost: zijn slechte Engels deed zo hard denken aan Google Translate Engels omdat hij ook helemaal geen woord Engels spreekt. Hij vertaalde alles vanuit het Spaans met de Google Translate app en communiceerde zo met ons via Whatsapp. En dit wou hij nu ook doen in real life. We zijn dan maar overgeschakeld op Spaans, want dit was te belachelijk 🙂
Brayan moest duidelijk nog een beetje een ritme zoeken als gids, en ook een vast en duidelijk plan was er nog niet. De afspraken waren nogal onduidelijk, want via Whatsapp leek het alsof hij alles op voorhand voor ons regelde wat betreft vervoer, slaapplaats en eten, maar in realiteit moesten we alles zelf regelen. Wel stapte hij met ons mee naar de winkel en dergelijke. Wat hij gelukkig wel begrepen had, was dat we een tent en slaapmatjes bij hem wilden huren. Dat was dan ook het belangrijkste. Morgenvroeg beginnen we eraan. Om 5 uur komt hij naar onze kamer. Of nee, om 4 uur. Of gaat hij om 4 uur om het eten en komt hij dan naar het hotel. Wie zal het zeggen…
We staan dan maar om 4 uur op en maken onze rugzak al klaar, zo goed als we kunnen, want de tent moet er nog in. Brayan daagt maar niet op en het is al bijna 5 uur. Logisch, want Brayan raakt het hotel niet binnen. De voordeur is op slot. Ik merk het op en zie dan plots ook de concierge. Probleem opgelost. Brayan wil meteen vertrekken, maar onze kameraad vergeet dat we onze overbodige bagage nog drie dagen in bewaring moeten geven in het hotel. Alles wordt onder het bed van de concierge gezwierd, want onze bus gaat vertrekken. Chaos alom. Brayan roept op de buschauffeur en hij wacht nog even, terwijl we in gestrekte draf naar de chiva lopen en achterop springen, bij de bagage. Alle zitplaatsen zijn immers al volzet moet de Urraoaanse pendelaars en schoolkinderen. We zijn vertrekken, net op het nippertje. Ik glimlach. Dit vind ik eigenlijk best amusant, toch als het nog net goed komt. Elke lacht ook, van opluchting. Wat gaat dit worden de volgende drie dagen?
Na een uurtje op chiva, bereikt die het einde van de baan. Dat is de start van ons pad. Elke eind heeft zijn begin, en elk begin komt er na een einde, nietwaar. De trektocht kan nu echt beginnen. Het is nog maar 6u00 en we beslissen nog even te wachten met het ontbijt. Het eerste uur van de wandeling is niet al te moeilijk. Door glooiende weilanden, langs een rivier en over gekunstelde brugjes bereiken we refugio waar we ons registreren. Het register is vrij leeg, en er staan bijna enkel Colombianen op de lijst. ‘Komen er veel toeristen de trekking doen’, vraag ik aan Brayan. Uiteraard in het Spaans, want zijn Vlaams is nog slechter dan het Engels. ‘Jaja, elk jaar meer en meer. In februari waren er al 18 mensen die de trekking gedaan hebben.’ Amai, niet slecht. Het was wel 20 februari toen Brayan dit vertelde.
Ons ontbijt hebben we ondertussen binnen en we zijn klaar voor het echte werk. Vandaag moeten we maar 11km stappen, maar de geschatte wandeltijd is 6 tot 8 uur. Dat zegt wat over de moeilijkheidsgraad. Op die 11km moet je immers stijgen van 2400 naar 3600 m hoogte. En met de tussenstukjes bij zijn het in totaal meer dan 1400 hoogtemeters. We gaan stukken tegemoet waarbij we 250 meter stijgen op een afstand van zo’n 750 meter. Behoorlijk steil dus, en dat met al onze bagage op de rug. Afzien dus! Gelukkig is er de prachtige omgeving die met de hoogte verandert: de weilanden maken eerst plaats voor een soort tropische bergwoud, met veel mossige stukken. Soms denken we dat we in Lord of the Rings landschappen aan het wandelen zijn. Boven de 3200m wordt het bos dunner en neemt de paramo het geleidelijk over. En voor wie niet weet wat paramo is, Wikipedia weet het wel. De belangrijkste paramoters zijn de frailejones en de venen. Daarom wordt de paramo ook ‘de spons van Zuid-Amerika’ genoemd, of zoals Brayan zei ‘una fabrica de agua’. Vergelijk het wat met onze Hoge Venen, alleen liggen ze hier echt hoog! De frailejones is een plant die op een soort lage palmboom trekt, maar eigenlijk familie is van de zonnebloem. En je vindt ze enkel in de paramo in Colombia, Venzuela en Ecuador, boven de 3500 m maar in het tropische gebied.
(lees verder onder de foto’s)
De paramo is een indrukwekkend zicht! Een unieke omgeving om door te wandelen. En we zijn er helemaal alleen. We bereiken de kampeerplaats na 5,5 uur wandelen. Brayan is verbaasd dat we er zo snel zijn. Wij zijn gewoon blij dat we er al zijn, want het was een hele zware wandeling. We hebben rustig gestapt en regelmatig gestopt, en toch zijn we er vrij snel. Maar je hoort ons niet klagen. Ik heb met momenten echt afgezien, één van de zwaardere trekkings die ik al gedaan heb. Ofwel word ik gewoon ouder, dat kan ook.
We zetten onze tent op in de Paramo Del Sol. Wat een omgeving. We zitten op een klein plateau op 3600m hoogte, en ik voel me alsof ik een kater heb. Toch een beetje last van de hoogte. Elke heeft hetzelfde probleem. Maar een pilletje lost al onze problemen op, en een dag later zijn we al aangepast aan de hoogte.
Brayan kookt wat eten voor ons, want de brander die hij voor ons had voorzien werkt niet. Zonde. Maar ondanks de vreemde start, zijn we heel tevreden van Brayan. Hij is een vriendelijke kerel die heel hard zijn best doet voor ons. Hij toont ons ook waar we vers drinkwater kunnen halen bij één van de bronnen in de paramo, 5 minuten verder. Ze noemen het daar niet voor niets een waterfabriek.
’s Avonds genieten we van de sterrenhemel. En vooral van de supermaan, want we hebben geluk dat het net volle maan is en dan nog eens de supermaan ook. En nog indrukwekkender bij zonsondergang was het wonderlijke wolkenspel. Ze bewegen zo snel dat het zicht om de 10 minuten volledig anders is en de zon zorgt voor wat extra speciale kleuren. In de verte zien we een onweer, en wolken beginnen ons ook te omsingelen. We zitten dan ook op hun hoogte. Geen zichten meer en de temperatuur zakt nu ook snel. ’s nachts vriest het hier dus we kruipen in onze tent en onze warme slaapzakjes.
(lees verder onder de foto’s)
De volgende dag trekken we naar de hoogste top van de Paramo Del Sol, tevens het hoogste punt van de westelijke Andes in Colombia, zo’n 4050m hoog. Hij toont ons de top waar we heen moeten. Een makkie denken we, zeker tegenover gisteren. Maar achter elke top zit er nog een top, en dan nog een top, en telkens weer even dalen voor we weer klimmen. Zo blijven we bezig. Ik voel me zelf niet zo top, de zware dag hangt er nog wat in. Het toppunt van de wandeling zou het uitzicht zijn, want bij helder weer kan je de Stille Oceaan en de jungle van de westkust zien. Wij zagen enkel wolken. Spijtig. Maar dat hoort erbij, het is nu eenmaal natuur en dat kan je niet op maat bestellen. En tenslotte waren we toch in de wolken, dat is ook al iets.
De wandeling terug naar het kamp leek wel plots langer dan de klim naar boven. Ik moet echt vermoeid zijn als ik daar op begin te letten. Maar Brayan had nog een verrassing voor ons, zodat we de tweede nacht misschien beter zouden kunnen slapen: een dikkere matras! Hij was even gaan wandelen in de paramo en kwam dan plots terug met een soort dikke mousse. En ook met een plastic zeil om zijn tent waterdicht te maken. Er moet hier ergens een geheim gidsenmagazijn geplaatst zijn. Mysterieuze dingen. Maar we hebben inderdaad beter geslapen.
De derde dag is maar een halve dag. We moeten ’s morgens vroeg opstaan, het kamp afbreken en de steile 11km terugkeren richting Urrao. Een festijn voor de knieën. En ook proberen om niet vallen of een voet om te slaan op de losse stenen. Geen gemakkelijke opdracht, maar het lukt. En op de terugweg komen we zowaar dan toch nog eens andere buitenlanders tegen. Twee Esten zijn aan het afzien op de klim samen met hun gids. Wij zijn blij dat we vandaag in de tegenovergestelde richting mogen gaan. Het Estse koppel vraagt ons ‘est nog ver’. Ja hoor, spijtig genoeg wel nog een lang steil stuk voor de boeg. Veel succes jongens.
Stipt op de middag zijn we terug aan het einde van de rijbaan, of het nu het begin? De trekking zit er in alle geval op. Normaal gingen we nu een taxi bellen. Maar er stond toevallig een veevrachtwagen die net enkele koeien had geleverd bij de boer. En wij konden mee terugrijden naar Urrao. Een gratis rit met een vrachtwagenchauffeur die serieus poer geeft. En zo zijn we al snel terug in Urrao, het geboortedorp van de bekende wielrenner Rigoberto Uran Uran. Hoera hoera.
Na een douche in het hotel nemen we diezelfde dag opnieuw de bus terug naar Medellin. Weer 5,5 uur slingeren. In Medellin willen we niet meer overnachten, want we willen wat tijd winnen en ook een overnachting uitsparen. We nemen de nachtbus naar Bucaramanga, in de Oostelijke Andes. Die bus vertrekt wel uit Terminal Noord, dus moeten we eerst nog een taxi nemen naar een andere terminal. En in Bucaramanga nemen we dan nog eens een bus naar San Gil. In totaal goed voor zo’n 16 uur op de bus zitten. Maar wel klaar voor een nieuw avontuur…
En de muziek dragen we op aan onze compagnon de supermaan!


















































Moet een mooi maar zwaar avontuur geweest zijn.
Arnout, hoe ga jij je nog kunnen aanpassen aan het vlakke Vlaanderen, om dan nog maar te zwijgen van het vlakke water (sic);
Blijven genieten, hé, jullie twee !
LikeLike