De buschauffeur kwam ons, samen met 6 andere personen die in het hostel in San Agustin verbleven, ophalen om naar Popayan te rijden. De koffer zat al vol met 7 rugzakken, dus mijn rugzak moest mee in de bus. Arnout kon de zijne nog net tussen de rest en het dak stampen. Hiermee zat de bus al goed vol. Althans, dat dachten we. We reden eerst nog naar het centrum van San Agustin waar een vrouw met haar dochtertje klaarstond om ook mee op de bus te springen. Daar ging Arnout zijn ruime plaats op de eerste rij. De vrouw moest, met haar dochter op de schoot, gedurende de hele rit op een soort middenstoeltje tussen Arnout en de chauffeur zitten. Zij liever dan ik! Wanneer we dachten te kunnen vertrekken naar Popayan stopte de bus echter nogmaals, om alweer een vrouw, deze keer met een zoontje, op te pikken. Ahja natuurlijk, er zat nog niemand op het krukje! Zo konden we, na het in ontvangst nemen van nog 3 pakjes die in Popayan geleverd moesten worden, vertrekken voor een hobbelige, vijf uur durende rit. En er zat maar 4 man meer dan toegelaten in de bus. Nu al? 🙂
Gelukkig stopte de bus af en toe, zodat we telkens even konden bekomen. Eén van de stopplaatsen was op de top van de bergpas, nabij de vulkaan Puracé. Hoogte: 4300m (volgens de chauffeur toch, maar die was van alles goed op de ‘hoogte’)
Na intrek te nemen in ons hostel hebben we even wat rusttijd ingelast om de was te doen, de blog aan te vullen, nogmaals een poging te doen om de visakaartproblemen van Arnout op te lossen,… Nadien gingen we nog een kijkje nemen in de stad. Die was mooier dan gedacht. Een mooi (verkeersvrij!) plein met daarrond allemaal statige witte gebouwen. We hebben al lelijkere dorpspleinen gezien 😉
De volgende dag gingen we de sportievere toer op. Een jeep bracht ons (samen met mountainbikes) naar de termen bovenop een berg, op een 30 km van de stad. De weg naar boven was een ware uitdaging, toch voor de jeep zelf. Na een uur waren we boven, dus dat betekent een gemiddelde van 30 km per uur. Zo voelde het ook aan, soms dacht ik dat we achteruit zouden bollen in plaats van vooruit rijden. Boven konden we genieten van thermale baden, gaande van minder warme naar hete baden. Gelukkig was er ook een ijskoude douche om geregeld te verkoelen. Nadien volgde het deel van de tocht waar we het meest naar uitkeken. We zouden diezelfde 30 km terug naar de stad fietsen. Onderweg zouden we kunnen genieten van mooie uitzichten. Ik zeg zouden omdat we na 10 minuten overvallen werden door de regen. Die bleef ons achtervolgen tot we terug in de stad waren aangekomen. Resultaat: we waren doorweekt en hadden bijster weinig van de omgeving gezien omdat we vooral probeerden de regen voor te blijven en snel beneden te komen zonder te vallen. Helaas, de regen was te snel 🙂
In het hostel werden onze kleren meteen in de droogkast gestoken en kregen we een warm drankje. Goeie service! Na nog even op te warmen in het hostel besloten we naar de stad te gaan. We wilden een toertje maken langs verschillende eetkraampjes die je op alle hoeken van de straat tegenkomt. Helaas, we hadden nog maar een paar passen gezet en onze vriend de regen was er opnieuw. Dan maar binnengestapt bij een Colombiaanse Italiaan, waar we heerlijk hebben gegeten!
Popayan wordt trouwens uitgesproken als ‘Poppadjaan’. Om dit te onthouden moesten we altijd aan dit liedje denken 🙂





















Wat heeft die man op zijnen stok ?
LikeLike
Suikerspinnen 😉
LikeLike