Op onze reis hadden we al van verschillende reizigers gehoord dat Jardin echt wel de moeite was, en nog niet zo toeristisch als Salento en aanverwanten. Dat wilden we dan ook wel met onze eigen ogen nagaan. De naam alleen al sprak me aan: een dorpje dat letterlijk ‘tuin’ heet, dat vind ik de moeite. Bij ons in België zou dat dan bijvoorbeeld Hofstade zijn, de stad van den hof. Dat is niet echt een trekpleister in België gebleken, al trekt Hobbycenter Van Den Nest toch wel wat volk naar Hofstade. Hopelijk is de naam in Colombia succesvoller. Een hobbycenter heeft Jardin alleszins niet.

De weg naar Jardin vanuit Salento is alvast succesvol: een uurtje bussen van Salento naar Perreira, drie uurtjes van Perreira naar Riosucio (spreek uit riosussio, niet suckio) en daar dan wachten op de enige bus die van Riosucio naar Jardin gaat. In werkelijkheid zijn er twee bussen, maar de bus van 14u15 is een minibusje dat de helft van de tijd niet rijdt, en als het wel rijdt, is het al volzet. Boeken via internet lukt niet. De enige optie is de bus van 15u00: een ‘chiva’. En dat is een specialleke. Een chiva is een kleurrijke, folkloristische bus die de locals vaak gebruiken. Hij is op bepaalde plaatsen in Colombia nog steeds het belangrijkste vervoermiddel tussen dorpen. Zo ook in dit deel van de Andes tussen Riosucio en Jardin. En dat wilden we wel eens meemaken! Drie uur op een chiva, een avontuur op zich.
Waar deze rit veel toeristen afschrikt, die liever eerst 7 uur naar Medellin rijden en dan 3 uur terug naar Jardin, nemen we liever de ‘korte’ weg door de bergen. En we zijn niet alleen, er zitten nog een zestal toeristen op onze bus. Ook Jezus rijdt opnieuw mee, ditmaal als een groot schilderij in de chiva.
En als je wilt weten hoe een chiva eruit ziet, hieronder zie je enkele foto’s die veel meer zeggen dan woorden…
Het verhaal gaat verder onder de foto’s

Na 3 uur rijden over een afstand van 60 km op een biljartvlakke patattenweg, komen we aan in Jardin. En de geruchten hebben ons niet om de tuin geleid, maar recht naar een prachtige tuin. Mijn favoriete plaatsje tot nu toe. Jardin heeft een heel bruisend centraal plein, zoals je verwacht van de bergdorpjes in Colombia en wat je een beetje mist in dorpjes als Salento. Rond het dorpsplein vind je winkeltjes en veel cafeetjes en koffiebars, allen met kleurrijke terrasjes. Want ja, in Colombia zijn bijna alle centrale pleinen autovrij! Daar kunnen ze in België, en zeker in Lede, nog iets van leren. Hier leven de mensen ook echt op en rond het centrale dorpsplein. En dat zorgt voor sfeer.

We bleven twee nachten in Jardin en ons hoofddoel was een bezoekje aan de Cueva De Esplendor: een grot waar water via een opening in het plafond (als een grot al een plafond heeft) naar beneden valt. Een waterval dus. Je moet er wel wat voor wandelen en zoeken.
In het heengaan wilden we de wandeling bergop wat inkorten door een deeltje met een tuktuk, een kleine taxi op drie wielen, af te leggen. Ik babbelde onderweg wat met onze guitige chauffeur Diego. Spaans leren door te proberen. Na 40 minuten met mooie zichten, zette hij ons af bij een steil padje, dicht tegen de grot, zogezegd. Vanaf daar was het nog een uurtje stappen. Zo dicht dus. En mijn GPS gaf helemaal geen wandelpad aan. Op goed geluk dan toch maar beginnen stappen. Het was meer dan een uur wandelen, en onderweg kwamen we niemand tegen. Dan reken ik de onhandige gaucho’s die een stier probeerden te verplaatsen van weide, niet mee. Het waren dan ook echte dierenbeulen.

Na een uur kwamen we bij een huis met enkele toeristen. We waren dan toch niet bedot door Diego, wat we op een bepaald moment wel dachten. Zijn fooi voor de entertainende rit was dan toch terecht. En dan nu tijd voor de grot! Althans, dat dachten we. Eerst nog wat wachten, want de grot ligt op privé-terrein en mag enkel bezocht worden onder het toeziend oog van de pater familias met zijn twee herdershonden. En hij ging net lunchen. Wachten maar. Het is nu ook niet dat we toegang moesten betalen. Of wacht, ja, toch wel: 20.000 pesos per persoon (ongeveer 6 euro). Echt veel geld naar Colombiaanse normen, maar anders ging hij de waterval toedraaien. En we moesten ook nog verzekeringspapieren tekenen, dat hij niet verantwoordelijk is als we verongelukken op weg naar de grot. Zou dat dan al gebeurd zijn?

We bezochten de grot in het gezelschap van een Nederlandse en een Litouwer ( niet te verwarren met de Nederlander Lee Towers). En eerlijk, het was een uniek schouwspel! Blij dat we de toegang betaald hebben. Je waant je in een andere wereld, de waterval dondert oorverdovend luid in de grot, die zich in een soort woud met lianen bevindt. En we mochten zwemmen in het ijskoude water onderaan de waterval. Even geprobeerd, maar langer dan 5 seconden hield ik het niet vol.
Daarna hebben we de weg terug naar Jardin te voet afgelegd langs een volledig ander pad, samen met de sympathieke Nederlandse en Lee Towers. We dachten dat deze uitstap een halve dag zou duren, en dat we tegen de middag wel terug in Jardin zouden zijn: het werd 16u30. We wandelden dan maar meteen door naar het Gallito De Roca reservaat. Nog zo een speciaal schouwspel in Jardin. Hier kan je Cock of the Rocks, een papegaaiachtige vogel met een knalrood bovenlijf, elke avond een verleidingsspel zien spelen. Er zijn zoveel vogels, vlak voor je neus in de bomen, dat je je best al moet doen om er geen foto van te kunnen maken. Wij hebben geen moeite gedaan en hebben dus enkele prachtige foto’s.

Een dag later gingen we de bus naar Medellin nemen, maar pas in de namiddag. Eerst nog een wandelingetje ten noorden van het dorp om twee watervallen te bekijken. Deze bleken echter een scheet in een fles. Het was inderdaad vallend water, laat ons het daar bij houden. We ontmoetten wel een Amerikaans meisje en Britse vrouw waarmee we aangename gesprekken over internationale politiek hadden tijdens onze wandeling. En zo kwamen we uit aan de andere kant van de rivier tov Jardin. Je kon de vallei makkelijk terug oversteken via een DIY kabelbaan. Deze werd ooit in elkaar geknutseld door een man die buiten het dorp woonde en het beu was om steeds de zware afdaling en klim te maken op weg naar het dorp. Zijn kabelbaan werd al snel ook door de buren gebruikt, en dan het hele dorp, en nu is het een toeristische attractie. Ik denk niet dat de kabelbaan regelmatig gekeurd wordt, laat staan of ze aan enige norm voldoet, maar ze werkt. En het is weer één van die dingen die je enkel hier kan tegenkomen. Dan kan je niet anders, je moet wel in dat houten bakje stappen, bengelend aan een kabel, voortgetrokken door een prehistorische motor. En vergeet gewoon even dat je eigenlijk hoogtevrees hebt 🙂

Excuses voor het lange verhaal. Ik beloof dat het volgende keer nog langer wordt. En dan nu foto’s, en muziek! Jardin verwijst naar Garden en dan denk ik aan dit mooie liedje:

Gepubliceerd door arnoutenelke

We vertrokken begin 2019 voor 7 maal 7 dagen naar Colombia, en ook een deeltje Peru :) Hier kan je volgen wat we daar allemaal meemaakten.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag